Verlies van gezondheid

Voorlopig kom ik niet mama. Dat kan nu niet hè

By 8 april 2020 Been realties

Wanneer kom je weer, is haar laatste vraag. Voorlopig kom ik niet, mama. Dat kan nu niet hè. Zodra het weer kan, ben ik bij je. Eigenlijk weet ze het wel, maar ze vergeet het ook weer. Mijn lieve mama, die nog maar net was verhuisd naar het verpleeghuis, heeft corona. En taai als ze is, lijkt ze weer een beetje op te krabbelen. Maar het meest schrijnend is dat ik niet bij haar op bezoek kan.

Er zijn een hoop lieve mensen die haar verzorgen, op haar kamer, waar ze alleen ligt. Als ze een goed moment heeft, kunnen we met haar beeldbellen. Ik word uitgebreid op de hoogte gehouden hoe het met haar gaat. Zo hoor ik dat ze degene die haar kwam verzorgen heeft uitgelachen om haar rare pak, dat ze absoluut geen zin meer had om uit bed te komen en dat het voor haar wel goed is hoor, als ze gaat.

Maar ze lag te stralen en als een koningin te zwaaien toen mijn broers en ik, en een flink aantal van haar kleinkinderen, op de ladder klommen om via het raam met haar te praten. Dat wil ik nog wel een keer, zegt ze steeds als ik haar kan bellen. Vaak is ze te moe om te bellen, of wil ze liever Netflix kijken.
We sturen bloemen en kaartjes, laten weten dat we aan haar denken. Maar ze wil dat je komt, dat het weer gewoon is. Beeldbellen is toch anders en zelfs ontluisterend. Ze ziet er slecht uit, heel moe en ze praat onsamenhangend. Mijn hart breekt als ik haar zie. Tweeëntachtig, net verhuisd en nog aan het wennen aan je nieuwe omgeving en dan corona. Dat verzin je toch niet.

Nu enkele weken later, knapt mijn moeder voorzichtig weer op. Ze eet en drinkt weer, beetje bij beetje, is koortsvrij en gaat weer naar de huiskamer om te eten en wat van de gezelligheid te proeven. Ze vindt het weer fijn om gebeld te worden. En elk telefoontje eindigt hetzelfde: wanneer kom je weer? Voorlopig niet mama, dat kan nu even niet hè? Zodra het weer kan, ben ik er. Oja zegt ze dan, dat is ook zo.