rouwverwerking

Ik wil eindelijk mijn moeder wel weer eens terug

By 7 mei 2020 Been realties

Mager en bleekjes zit ze tegenover me. Terwijl ze net een paar weken Portugal achter de rug heeft, ziet ze eruit alsof ze herstellende is van een heftige griep. ‘Ik heb alleen maar gebeld met mijn moeder, mijn zussen en de wijkzorg van mijn moeder. Wat een ellende, ik heb nauwelijks zon gezien’, verzucht ze. ‘Mijn man en kinderen hebben vakantie gehad, maar ik kwam gestrester thuis dan dat ik heen ging.’

Haar vader overleed plotseling. Ze was dol op haar vader, als kind al. Ze deelden hun gezamenlijke passie voor paarden. Hij kwam elke dag wel even kijken bij haar paarden en samen maakten ze lange bosritten in de landelijke omgeving waar ze woont. Ze mestten samen de stallen uit, daarbij geholpen door de kinderen. ‘Die twee zijn ook al besmet met het paardenvirus’, glimlacht ze. Haar moeder kwam niet vaak mee. ‘Die klaagde alleen maar dat mijn vader altijd weg was.’

Haar moeder was ontroostbaar toen haar man overleed. ‘Hoewel haar kinderen en kleinkinderen ook heel verdrietig waren, ging alle aandacht naar mijn moeder. Ze was constant nadrukkelijk verdrietig. Niet in staat om ook maar even met iets anders bezig te zijn. Ze huilde continu als we er waren en we gingen vaak. Heel vaak. Ik vond het ook zo zielig voor haar en het erge is: ze vond zichzelf ook zo ontzettend zielig. Zoveel zelfmedelijden, echt heel erg.’

Elke dag, soms twee keer per dag, zocht ze haar moeder op. ‘Ik wilde haar troosten, haar ondersteunen, haar helpen. Hoewel ze niet te helpen leek, ging ik steeds meer doen. Uiteindelijk regelde ik alles voor haar, deed haar boodschappen en maakte haar huis schoon. Mijn zussen wonen wat verder weg, dus het was logisch dat ik alles deed.’

Door de zorg voor haar moeder kwam ze zelf nauwelijks aan rouwen om haar vader toe. Ze werd kortaf tegen de kinderen, had geen zin meer in paardrijden en vloog direct na haar werk richting het huis van haar moeder. ‘Op een gegeven moment draaide mijn hele leven om mijn moeder. Zeker nadat ze een ongeluk had gehad in huis, werd ze steeds afhankelijker van mij. Voor de huishoudelijke klussen, de regeldingen, de administratie en het doen van boodschappen deed ze een beroep op mij. En dan belde ze me ook nog eens twee of drie per keer dag. Ik werd er gek van maar ik wist niet hoe ik het moest stoppen.’

Ze besloten er met het gezin even tussenuit te gaan. Portugal zou hun allemaal goed doen. Ze had alles geregeld voor haar moeder, maar in Portugal zat ze nog eeuwig met haar moeder aan de telefoon, moest ze haar zussen aansturen en de wijkzorg instrueren. ‘Ik liep de hele dag gestrest rond.’

Wat brengt je hier, vraag ik. Dan begint ze te huilen. Alle ballen in de lucht houden, het lukte allemaal tot het moment dat ze haar zoon vroeg wat hij wilde hebben voor zijn verjaardag. ‘Ik wil eindelijk mijn moeder wel weer eens terug’, antwoordde hij. ‘En toen gingen eindelijk mijn ogen open. Ik wil weer gaan leven en voor mezelf en mijn gezin kiezen. Ik wil weer moeder zijn van mijn kinderen en eindelijk gaan rouwen om mijn vader.’