Verlies van gezondheid

Ik ben bang voor het gezeur van mijn vrouw

By 2 maart 2021 Been realties

Wat begon als een stralende vakantiedag, eindigde in een groot drama. Hij was eigenlijk alweer bijna vergeten dat aan het einde van de dag de huisarts zou bellen met de uitslag van het onderzoek. Hij voelde zich alweer veel beter, dus had hij zich nog maar weinig zorgen gemaakt. Zijn vrouw wel, die was er niet gerust op, maar ja, die maakte overal een drama van, glimlacht hij toegeeflijk.

Maar de uitslag was niet goed, hij is ongeneeslijk ziek en zal het einde van het jaar niet halen. Al was het maar omdat hij heeft besloten euthanasie te plegen als het allemaal niet meer gaat. Hij kan er bijna nuchter over vertellen, glimlacht geregeld en is soms bijna uitgelaten over alle plannen die hij nog heeft. Met de kinderen, elk afzonderlijk, naar Walibi. Een weekje weg met zijn vrouw naar zee, nu ze door Corona niet ver weg kunnen gaan. En met het hele gezin uitstapjes maken, hond mee en de bossen in.

Hij wil aan de slag met de losse eindjes in zijn leven. Brieven schrijven aan oude vrienden, contact zoeken met een beste vriend die ver weg woont en de relatie met zijn ouders onderzoeken. Want hoewel zijn vader en moeder in de buurt wonen, heeft hij al jarenlang geen contact meer. Destijds voelde dat goed, kreeg hij ruimte en lucht bij het vooruitzicht zijn ouders nooit meer te hoeven zien of spreken, maar nu weet hij niet meer zeker of dat nog steeds zo voelt.

Zijn vrouw is hierin geen sparring partner. Zij is al jaren boos op zijn ouders. Hoe ze hun zoon hebben behandeld vroeger, tijdens zijn jeugd en later, toen hij uit het familiebedrijf stapte om zelf een onderneming op te bouwen. Een succesvol bedrijf, vertelt hij trots en hij laat weten nooit spijt te hebben gehad van zijn stap om weg te gaan bij de onderneming van zijn ouders. Maar het afscheid van zijn vader en moeder heeft hem nooit losgelaten. ‘Misschien heb ik me teveel laten leiden door de boosheid van mijn vrouw’, bedenkt hij.

Hij is bang opnieuw haar woede te wekken als hij contact zou zoeken met zijn ouders. Dat levert me een hoop gezeur op, weet hij nu al. ‘Toch wil ik mijn ouders zien en spreken voordat ik doodga. Alles wat gepasseerd is, is gepasseerd. Ik ben niet boos meer en ik denk dat ze alleen maar blij zullen zijn als we elkaar weer zullen zien en spreken. En natuurlijk heel verdrietig omdat we nog maar kort de tijd hebben. Maar de tijd die ik nog heb wil ik in vrede besteden, niet met ruzie. ’

En je vrouw, vraag ik. ‘Zij moet onder ogen zien dat ik niet boos meer ben en dat ik mijn ouders mis. Dat zij niet kan bepalen of ik mijn ouders weer zie. Ik moet op mijn manier afscheid nemen van dit leven. En ik moet doen wat voor mij goed voelt. Misschien had ik dat al veel eerder moeten doen. Doen wat goed voelt voor mij en niets iets doen of laten uit angst voor gezeur van mijn vrouw.’